Lycklamabos

Het Lycklamabos in Friesland is van oorsprong een eiken- en berkenhakhoutbos en diende vanaf begin 1800 als hakhoutplantage. Later zijn ook naaldbomen op het landgoed aangeplant. Het Lycklamabos maakt deel uit van een groter bosgebied tussen Balk en Oudemirdum en grenst aan het Starnumanbos, de Bremer Wildernis en de Nijemirdumerheide. Met de omliggende bossen en de glooiende weilanden en akkers is het een afwisselend landschap.

Eikenhakhout
Begin 18e eeuw werd in het Lycklamabos een buitenverblijf voor de jacht gebouwd. Hoewel deze is verdwenen, is de laan met oude beuken en eiken er nog. Begin 1800 werd het bos uitgebreid en als hakhout beheerd, dat werd gebruikt voor geriefhout, brandhout en eek. Eek is de eikenschors waaruit looizuur werd gewonnen voor leerlooierijen. Vaak liet men op de hoek van een perceel hakhout een enkele eik staan die mocht doorgroeien. Deze zogenaamde nummerbomen zijn nu de oudste en dikste eiken in het bos.
Omdat de bodem door een slecht doorlatende keileemlaag erg nat was, werd een net van greppels gegraven voor de afwatering. Het bos werd zo verdeeld in smalle stroken. Met de grond uit de greppels werd de strook ernaast opgehoogd. Langs de greppels zijn veel verschillende varensoorten te vinden, zoals de bijzondere koningsvaren.

Wissels
De bekendste bewoner van de Gaasterlandse bossen is de das. Dit schuwe nachtdier laat zich overdag zelden zien, maar op veel plekken zijn de zogenoemde wissels te zien. Dit zijn de sporen op de grond waar de das, maar ook reeën langs gaan. In de schemering is er zelfs kans een vos te zien.

Heide
Eén van de kapvlakten in het bos is een aantal jaren geleden afgeplagd. Daar heeft zich nu een stukje heide ontwikkeld